zondag 19 september 2010

11-Jij

Eén en al rozig tandvlees, met 4 witte stipjes erin (je lach);
Met onverholen trots, je kontje heen en weer wiebelend (je staat recht), soms vergetend dat je de handjes nodig hebt als steun;
Vastberaden, alsof niets of niemand je kan stoppen (je kruipt op Forrest af);
Schaterend en vol vertrouwen, omdat je weet dat wij je nooit zullen laten vallen (als we je de lucht in gooien);
Luid, verongelijkt, verontwaardigd (je huilt);
Een zee van blauw, groot van verwondering om wat je elk moment van de dag ontdekt (je ogen);
Proestend bij de watergewenning (ja, het hoofdje onder water);
Als een baby-vogeltje, hongerig in het nest (telkens als je eten ziet);
Met zachte kreuntjes, genietend van de geborgenheid (net voor je in slaap valt);

Groot geluk in een piepkleine, prachtige verpakking (jij).

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen